zaterdag 24 maart 2018

Slecht-nieuws-gesprek

In mijn vorige blogbericht deelde ik het verhaal van mijn zus, die met mij meeging in de ambulance. Een spannend avontuur dat die dag goed afliep.

Later in diezelfde week stond er een uitgebreide controle gepland in het academisch ziekenhuis in Rotterdam. Gezien de steeds terugkerende ritmestoornissen en de achteruitgang van mijn conditie een spannende gebeurtenis.

Toen ik in het ziekenhuis aankwam kreeg ik direct een ritmestoornis, waarschijnlijk door het lopen van de auto naar de afdeling. Stiekem was ik er even blij mee, want ik hoopte dat het op de ECG vastgelegd kon worden. Helaas, voordat alle plakkers waren aangesloten ging mijn hart weer over in het normale tempo. Hij wist gewoon dat er iemand mee ging kijken denk ik 😊.
Tijdens de echo bleef hij ook wonderwel rustig, en ik was dus al bang dat er niets bijzonders te zien zou zijn. Je wílt natuurlijk heel graag gezond zijn, maar als je je lange tijd niet goed voelt dan wil je vooral dat er wat gevonden wordt, ongeacht de consequenties...

En dat werd er. De arts die de echo maakte ging na de echo zelf aan mijn cardioloog vertellen dat ik klaar was om door haar gezien te worden. Dat vond ik erg vreemd, want normaliter zetten ze dan gewoon een vinkje achter je naam in het computersysteem.
Al snel werd ik geroepen en werd het ons duidelijk: Het zou een 'slecht-nieuws-gesprek' gaan worden.

Hoe idioot dit ook mag klinken, in eerste instantie was ik ná dit gesprek enorm opgelucht. Er was dus gelukkig een lichamelijke reden voor het feit dat ik me de laatste tijd zo in-en-in moe had gevoeld. Zelfs mijn man Arie was opgelucht. Door zíjn problematiek voelde hij zich weer schuldig dat hij dat misschien had veroorzaakt. Niet dus! Het feit dat het me allemaal te veel werd, had niets met hém te maken, maar alles met de achteruitgang van mijn hart.
Mijn linkerkamer - de enige kamer die ik nog heb - was zichtbaar achteruitgegaan in pompkracht. En als je hart minder goed pompt, dan word je eerder moe...

Toen het nieuws echt goed doordrong, ging de eerste blijdschap natuurlijk snel voorbij. Dit was vermoedelijk blijvend en niet te wijten aan de situatie. Zelfs als de situatie gaat veranderen, dan blijft de pompkracht slechter... Mijn eerste blijdschap veranderde langzaam in bezorgdheid.
"Hoe moet dat straks gaan als Arie z'n conditie verder achteruitgaat'? "Kunnen we wel bij elkaar blijven als we écht niet meer voor elkaar kunnen zorgen"? Dat soort gedachten gingen soms de hele dag door m'n hoofd. Naast moe, werd ik óók verdrietig en angstig.

Toen zette ik op zondagmorgen Hour of Power aan op de televisie. Het leek of deze uitzending voor mij gemaakt was, en Bobby Schuller gaf me de woorden die ik zo hard nodig had in 'het gebed om kalmte'...

God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
de moed om te veranderen wat ik kan veranderen
en de wijsheid om het verschil hiertussen te zien.
Om één dag tegelijkertijd te leven,
om van één moment tegelijkertijd te genieten,
om moeilijke tijden te accepteren als het pad naar de vrede,
om deze zondige wereld, net zoals Hij deed, te aanvaarden zoals het is, 
niet zoals ik wil dat deze zou zijn, 
om erop te vertrouwen dat Hij alle dingen zal rechtzetten als ik me aan Zijn wil overgeef,
om in dit leven gelukkig genoeg te zijn en om met Hem overgelukkig te zijn:
voor altijd in het volgende leven. Amen.




Het voelde of God rechtstreeks tegen me had gesproken. "Leef vandaag, wat er ook gebeurt, Ik zorg voor jullie". Een bijzondere ervaring was dat op die zondagmorgen, het bracht een enorme verandering in mijn denken.
Ben ik nu nooit meer bezorgd? Natuurlijk wel, ik ben ook maar een mens! Maar ik weet dat wát er ook gebeurt, Hij erbij is. God zorgt, vandaag én morgen!


Met dit blogbericht doe ik mee met de #bloghop van maart 2018.

dinsdag 27 februari 2018

Mijn zus Wendy vertelt: Met de vlam in de pijp

Niet alleen mijn man Arie en ik schrijven graag, ook mijn zus Wendy Born is een fervent blogster! Zij heeft ons ooit zelfs aangestoken met haar liefde voor het bloggen!
De afgelopen tijd kom ik er zelf helaas niet toe om te schrijven over mijn dagelijkse wel en wee. Dit eigenlijk voornamelijk omdat het erg veel 'wee' is en weinig 'wel'.
Komende vrijdag moet ik naar de cardioloog in Rotterdam, daarna zal ik weer wat meer informatie geven over de huidige stand van zaken.

Mijn zus daarentegen had wél extra reden om te schrijven, en ik deel haar blogbericht 'Met de vlam in de pijp' dan ook graag met jullie!


Met de vlam in de pijp

'Nou, jij hebt een mooi onderwerp voor de bloghop', riep mijn zus naar mij toen ze de ambulance ingeschoven werd. Dat was wel het laatste waar ik aan dacht op dat moment, maar gelijk had ze. Ik mocht naast de chauffeur voorin gaan zitten en daar gingen we ...

Ruim een half uur voordat ik instapte, werd ik door mijn zus Martine gebeld met de vraag of ik kon komen zodat ik mee zou kunnen in de ambulance naar het ziekenhuis in Zwolle. Haar man Arie had griep en ook mijn ouders die heel vaak meegaan met dit soort ritjes, lukte het deze keer niet. 'Natuurlijk', zei ik, 'over een half uur hoop ik bij je te zijn'.
De hartritmestoornis waar mijn zus last van had, hield al geruime tijd aan. Hoewel ze hier de laatste tijd vaker last van heeft, was het deze keer een heftige. Hij ging er dan ook niet 'spontaan' uit en de afspraak die Martine dan heeft gemaakt met de cardioloog is dat ze dan naar het ziekenhuis moet voor een eventuele elektrische cardioversie.
Mijn zus werd stevig ingepakt en kreeg een aantal dekens over zich heen want ze rilde niet alleen van de kou maar ook van haar hoge hartritme. In het begin gaat het meestal nog wel goed, maar naarmate de ritmestoornis langer aanhoudt, gaat haar lichaam er heftiger op reageren. Haar lippen werden blauw en ook haar vingers kregen een vreemde blauwe kleur. Best wel naar om te zien.
'Kom op', dacht ik toen ik in de ambulance stapte en ik praatte mijzelf moed in. Normaal ben ik helemaal geen held op de snelweg - ik vind het dicht op voorgangers rijden soms beangstigend -  maar het kon mij deze keer eigenlijk niets schelen. Ik probeerde mijn snelwegangst weg te redeneren door aan mijn zus te denken. Voor haar was het allemaal veel erger en het was zaak haar zo snel mogelijk in Zwolle te krijgen.
En wat gingen we hard... De chauffeur legde uit dat je niet harder dan 40 km boven de toegestane snelheid mag rijden en daar hield hij zich keurig aan. Met een snelheid van 160 km per uur waren we in no-time in Zwolle. De hele weg stond het blauwe zwaailicht aan maar op drukke punten zette de chauffeur ook nog de sirene aan. Indrukwekkend om te zien hoe alle automobilisten als een speer naar de kant van de weg duiken.
Onderweg had ik geen contact met mijn zus maar ik vertrouwde erop dat de broeder naast haar het wel zou doorgeven als de situatie zou veranderen.
Even leek het er nog op dat er geen plaats zou zijn in Zwolle voor haar maar naar enig aandringen, kon ze hier gelukkig toch terecht. Anders was het een nog langere rit naar Rotterdam geworden....

Eenmaal aangekomen in het ziekenhuis, ontfermden enkele lieve 'zusters' zich over míjn lieve zus. Het was zo druk dat er al werd meegedeeld dat de uitslag van het bloedonderzoek wel eens even zou gaan duren. En voordat er een arts beschikbaar zou zijn, zouden we anderhalf uur verder zijn. We legden ons erbij neer, we hadden niet veel keuze, en probeerden wat te ontspannen.
Op een gegeven moment boog mijn zus haar hoofd naar de monitor en zei: 'Kijk nou eens'... We keken samen en warempel, haar hart was vanzelf weer in het goede ritme gesprongen. Wat een opluchting.

Heel langzaam kreeg Martine weer een gezonde kleur en kreeg ze het warmer. We durfden nog niet te geloven dat het ook echt over was en wachtten nog heel even met het doorgeven van het goede nieuws aan de familie. Martine heeft al zo veel cardioversies gehad de afgelopen jaren (totaal 42) dat ze zich helemaal had ingesteld op weer een 'klap'. Wat was ik blij voor haar dat het deze keer niet nodig was. Het zag ernaar uit dat we zodra de arts geweest was, gewoon weer naar huis konden gaan. En dan mocht gelukkig ook. We moesten nog wel een lange tijd wachten maar uiteindelijk werd ze weer van alle toeters en bellen afgekoppeld en konden we naar huis.

Wat een avontuur was dit. Op het moment zelf, had ik het niet eens zo door maar nu ik het allemaal nog eens overdenk, merk ik toch dat het een soort rollercoaster is waar je op zo'n moment inzit. Mijn zus is natuurlijk al van kinds af aan bekend met ziekenhuizen en ambulances maar ik had zelf nog nooit in een ambulance gezeten (of gelegen). Gelukkig maar.
Achteraf gezien viel de rit mij enorm mee omdat iedereen gewoon voor je aan de kant gaat en je niet het idee hebt dat je achterop andere automobilisten kunt rijden.
Wat dat betreft zou ik zelf wel een ambulance willen hebben 😃 mét zwaailicht, maar uiteraard zónder mijn zusje achterin. Ik ben blij dat zij weer lekker in haar eigen bed ligt en hoop en bid voor haar dat haar hart rustig blijft kloppen!

zaterdag 20 januari 2018

Arie schrijft: depressie

Vorige maand vertelde ik in een blogbericht over de opname van mijn man Arie en de zorgen daar omheen. Inmiddels zijn we een paar weken verder en is hij gelukkig weer helemaal thuis.
Op zijn blog 'Arie schrijft' deelde hij vandaag een bericht waarin hij vertelt hoe hij de afgelopen periode heeft ervaren.

Depressie

Achteraf gezien deden de eerste symptomen zich al enkele jaren geleden voor: een beetje somber, niet zo erg in mijn hum. Ik dacht: het gaat vanzelf wel over. En het ging in het begin ook over, met een nacht goed slapen en leuke dingen doen. Ik vond het iets, wat iedereen een keer overkomt; niets aan de hand dus.
Maar de somberheid kwam weer terug. Opnieuw een positieve impuls zien te vinden. En opnieuw lukte het.
Sluipend, ongemerkt volgden de neerslachtige periodes elkaar steeds vaker op, werden erger en duurden langer. Het kostte me steeds meer moeite, om er overheen te komen. Het concentratievermogen en het geheugen namen in sneltreinvaart af. Op het laatst dacht ik, dat ik dement begon te worden. Dit leidde tot een nog verdere toename van de depressiviteit.  Voor de buitenwereld kon ik het lange tijd nog redelijk verbergen, maar Martine had natuurlijk al lang in de gaten dat het niet goed met me ging. Eerder nog dan dat ik het zelf goed en wel besefte.
O ja, er waren genoeg leuke momenten tussendoor. Het uitbrengen van een nieuwe roman in maart vorig jaar, was een waar feest voor me. Daar heb ik erg van genoten!
Maar halverwege de zomer ging het definitief mis. Het optimisme was helemaal weg. Van elke mug maakte ik een olifant, ik was constant neerslachtig en er cirkelden voortdurend negatieve gedachten in mijn hoofd. Er drong niets meer tot me door en ik trok me steeds verder terug in mijn eigen wereldje.
Een doktersbezoek dan maar. Gelukkig kende mijn huisarts me inmiddels wel. Natuurlijk schreef hij me antidepressiva voor, maar dat vond hij niet genoeg. ‘Er is veel meer met je aan de hand, dan alleen maar wat somberheid. Je moet maar eens met een psychiater gaan praten.’
‘Nou ja, als jij dat nodig vindt…,’ was mijn respons. Ik had helemaal geen zin om mijn hele hebben en houden met een onbekende zielenknijper te delen.
‘Ja. Dat vind ik nodig,’ was het resolute antwoord.

Er was uiteraard een wachttijd, maar toch stond er vrij snel een psychiatrisch verpleegkundige op de stoep. Aan haar heb ik verteld wat me zoal dwars zat. Daarbij vertelde Martine dat ook zij de dagelijkse gang van zaken niet meer volhield, met mij in mijn toestand. Er was bij haar sprake van een burn-out, bleek niet snel daarna. De verpleegkundige stelde voor om me op de psychiatrische afdeling van het GGZ op te laten nemen.
Dat was wel even slikken. Was het zo erg met me gesteld? Ik was toch niet suïcidaal? Nee, dat was ik niet, maar het was ook niet de bedoeling dat ik het worden zou. Daarbij: inderdaad was het zo dat ik helemaal geen zin meer in het leven had. Ik zou het prima vinden als ik de volgende dag mijn laatste adem zou uitblazen. Dus: het was wel degelijk erg met me gesteld.
Begin november volgde een opname in het Centrum voor Ouderenpsychologie in Ermelo. Er volgden weken waarin naar mijn idee niet veel gebeurde. Ik had rust, volgde zo mijn therapieën en liet de dagen aan me voorbijgaan. Maar langzaam maar zeker knapte ik wel wat op. De rust en de regelmaat deden me goed en natuurlijk deden de medicijnen inmiddels ook hun werk. Het was een leuke groep mensen op mijn afdeling en onderling konden we elkaar soms steun bieden. Mooie mensen die hun kwetsbaarheden hadden, of ooit een dreun in het leven hadden opgelopen. Allemaal hard werkend aan hun herstel.
Terwijl ik ginds langzaamaan opknapte, ging het met Martine ook weer wat beter. Bij mijn vertrek was ze helemaal uitgeput, maar ook zij kreeg rust en daardoor begon ze weer iets energie terug te krijgen.
Na verloop van tijd mocht ik een halve dag naar huis. Dat was gezellig. Daarna volgde een dag en een nacht, daarna weer wat langer. Ik begon weer zin in het leven te krijgen en kreeg tot mijn eigen verbazing mijn humor weer terug. Mooie ontwikkelingen.
Half januari nam ik afscheid op de afdeling. Nee, ik ben er nog niet! Ik moet er hard aan werken om een nieuw evenwicht te vinden. Waarin ik mij niet te veel op de hals haal, maar waarin ik ook niet weg ga zitten suffen achter de geraniums. Een echte diagnose is er nog niet gesteld, omdat er verschillende dingen tegelijkertijd spelen. Maar ADD is een stickertje, wat je me op zou kunnen plakken.
Ook Martine moet – mede door haar hartafwijking – zichzelf goed ontzien. Ze is nog steeds snel moe en moet niet te veel hooi op haar vork nemen.
Ik heb in deze periode trouwens iets heel moois ontdekt: ik heb ondervonden, dat ik familie en vrienden heb die veel van me houden. Stuk voor stuk uitten ze ieder op hun eigen manier hun medeleven, of ze dachten aan ons in hun gebed. Het heeft me heel veel steun gegeven. Maar bovenal hebben Martine en ik ontdekt, dat we na negen jaar huwelijk nog steeds stapelgek zijn op elkaar en dat we met elkaar verder willen. Ik ben een steenrijk mens!


Met dit blogbericht doe ik mee aan de #bloghop van december/januari van de christelijke webloggers met als thema 'tussen oud en nieuw'.

woensdag 27 december 2017

En toen werd het stil...

Zoals jullie gemerkt hebben was het de laatste tijd nogal stil op mijn blog. Helaas betekende dit niet dat het er in ons leven ook rustig aan toe ging. Integendeel.

Mijn man Arie en ik zijn in de laatste maanden door een moeilijke periode gegaan. Al enkele jaren merkten we dat het concentratievermogen en het geheugen van Arie achteruit leken te gaan. Het afgelopen halfjaar nam dit echter verder toe en werd het zorgwekkend.
Na enkele maanden flink samen tobben, besloten we hulp te vragen. Het kon zo niet langer.
Gelukkig ondernam de huisarts direct actie en schakelde hij de GGZ in. Enkele weken daarna kon Arie worden opgenomen voor observatie en onderzoek.

Inmiddels zijn we ruim zeven weken verder. Een echte diagnose is er nog niet gesteld, maar wél is duidelijk dat het niet om alzheimer of dementie gaat. Toch een opluchting.
Wat het wel is en wat de mogelijke behandeling hiervoor is zullen we in de komende weken horen. Inmiddels beginnen we beiden een beetje te herstellen en komt er weer licht aan het einde van de tunnel...

Terugkijkend op de periode vóór opname realiseren we ons dat we veel te lang gewacht hebben met het inschakelen van hulp, waardoor we beiden erg oververmoeid zijn geraakt. Bij Arie leidde dit naast de bestaande klachten tot een depressie en bij mij tot een burn-out. We hebben veel te lang gedacht het probleem op eigen kracht te lijf te kunnen gaan, en ons lijf maakt dat nu pijnlijk duidelijk.

Vreemd eigenlijk dat in een land waarin alles lijkt te kunnen en te mogen, hersenproblemen nog altijd taboe zijn. Op een verjaardag vertellen dat je partner zijn been lelijk heeft gebroken is véél makkelijker dan vertellen dat zijn hersens niet meer zo goed lijken te werken...
Toch krijgen we nu veel lieve, bemoedigende reacties van mensen om ons heen. Ook horen we ineens van anderen dat ze dit probleem herkennen of er zelf mee te maken hebben gehad. Het komt dus veel vaker voor dan we dachten!

De hulp en begeleiding die nu geboden wordt doen ons enorm goed. Mét deze hulp komen er in de toekomst vast oplossingen waardoor we gewoon samen verder kunnen. Want dat hebben we deze periode ook herontdekt: We houden van elkaar en willen sámen verder!

Mede namens Arie wens ik jullie allemaal het beste voor 2018. Zijn er problemen in jouw omgeving? Vraag om hulp, het helpt écht!



vrijdag 10 november 2017

Scheurbuik

Enkele maanden geleden ontdekte ik dat bij het aanspannen van mijn buikspieren een bolling ontstond midden op mijn borstbeen. Direct gingen alle alarmbellen rinkelen, ik had dit eerder meegemaakt!
Een aantal jaren geleden was het litteken dat was gemaakt bij een pacemaker-implantatie namelijk gescheurd op exact dezelfde plaats. Toen was het een kleine breuk, maar nu leek mijn hele buikinhoud wel naar buiten te willen komen. Een angstig idee.
De cardioloog besliste in september dat een chirurg de breuk zou moeten beoordelen en dat ze dan daarna in overleg zouden beslissen of er weer geopereerd zou moeten worden. Tot die tijd moest ik er wel voorzichtig mee zijn en bij voorkeur een strak hemd dragen dan tegendruk geeft. Zo'n ding noemen ze een step-in. Het zit zo strak dat je er in moet stappen, je krijgt het met geen mogelijkheid over je hoofd aangetrokken...

Afgelopen woensdag kon ik (eindelijk!) terecht bij de chirurg in Zwolle. Omdat de breuk inmiddels groter was geworden en ik er best wat last van heb, had ik eigenlijk al ingecalculeerd dat er weer geopereerd zou moeten worden.
Hij bekeek de breuk en voelde hoe groot hij precies is. Dat was wel even pijnlijk...
De breuk begint tussen mijn borsten en eindigt bij mijn navel. Mijn hele buikwand is dus eigenlijk 'gescheurd', precies op de plek waar het litteken van de hartoperaties zit.
De chirurg legde uit dat dit veel voorkomt bij hart- en buikoperaties, en dat veel mensen het laten corrigeren omdat het een erg gek gezicht is. Toch raadde hij me af om dat te doen.
'Als het aan de littekenbreuk ligt, kun je er 120 mee worden', zei hij. 'Het is niet gevaarlijk, je organen kunnen er niet uitvallen. En aangezien een operatie ook weer allerlei risico's met zich meebrengt, zou ik je dat zeker NIET adviseren'.

Duidelijke taal, daar houd ik van. De beslissing was dan ook snel genomen, ik ga me voorlopig niet laten opereren. Dat het er gek uitziet, vind ik totaal onbelangrijk. Met kleding aan zie je er trouwens niets van! Naarmate ik méér last van de breuk krijg, mag ik mijn beslissing altijd heroverwegen.
Een beetje een raar idee blijft het eerlijk gezegd wel. Mijn organen mogen dan niet naar buiten kunnen vallen, het voelt wel een beetje raar, zo'n scheurbuik....

dinsdag 31 oktober 2017

En de winnaar is...

Omdat ik de vorige bloghop van de christelijke webloggers had gewonnen, mocht ik het thema kiezen voor de bloghop van september/oktober. Ik koos het thema 'Rood'.

Toen ik zelf over dit thema nadacht, gingen mijn gedachten alle kanten op. Wat zijn er veel associaties bij die kleur! Rood past bij de liefde, bij het hart, bij bloed, bij Christus aan het kruis.
Thirza schreef bijvoorbeeld over de liefde die ze ondervond in Taizé en hoe de kleur rood daar voor haar ging leven.

Maar rood kan blijkbaar ook veel negatieve gedachten oproepen... Zo schreef Chiel over het schaamrood dat hem op de kaken staat wanneer hij niet-christenen meeneemt naar de kerk. Lineke vertelde hoe haar spaargeld op onverklaarbare wijze toe leek te nemen, totdat ze ontdekte dat je ook rood kunt staan...
Margé deelde haar verhaal over een ontmoeting aan de kassa, waar een gesprek over rode wijn én een vooroordeel ontstond.

Tenslotte was er nog het gedicht van Heleen over haar rode bril en daarmee is zij de winnares geworden van deze bloghop. Toen ik haar gedicht las, kreeg ik een brok in mijn keel en toen ik het vervolgens aan mijn man voorlas, rolden er tranen over mijn wangen.
Heleen, je hebt mijn hart geraakt en bent daarom de verdiende winnaar!


Mijn zus Wendy Born en ik hadden gehoopt dat er met een tweemaandelijkse bloghop van de christelijke webloggers méér inzendingen zouden komen, maar helaas is dat niet het geval. Daarom hebben we besloten de bloghop opnieuw maandelijks te gaan organiseren. Heleen Visser is dus de host voor de maand november. We willen alle toekomstige hosts vragen een veelzijdig thema te kiezen, zodat zo veel mogelijk bloggers geïnspireerd kunnen raken!
Meer informatie over de bloghop vind je HIER.

dinsdag 26 september 2017

Kaartenhuis

Half september was het eindelijk zover: ik had een afspraak met mijn cardioloog in Zwolle.
Nadat ik in augustus in korte tijd extreem moe was geworden en vocht vasthield, wilde ik maar niet opknappen. De vermoeidheid bleef en ook had ik nog steeds extra plastabletten nodig.
Ik was dus erg benieuwd naar wat de cardioloog zou zeggen en of er wat bijzonders te zien zou zijn op de echo.

Omdat ik al een mail had gestuurd waarin ik mijn klachten had uitgelegd, was de cardioloog op de hoogte toen ik binnenkwam. Hij nam maar liefst een uur de tijd om de problemen te bespreken en de mogelijkheden om weer 'op de been' te komen door te nemen.
Volgens hem heb ik mijn hart in de vakantie langzaam maar zeker helemaal uitgeput en gaat het een tijd duren voordat ik weer op krachten kom. Hij verwoordde het zo: "Jouw lichaam is een zorgvuldig opgebouwd kaartenhuis. Aan de buitenkant lijkt het heel wat, maar het is ontzettend wankel. Bij een flinke windvlaag stort het in."
En ja, die vakantie waarin ik iedere dag een beetje meer vermoeid raakte, was dus te veel. Het kaartenhuis is ingestort...

Aan dit consult heb ik gemengde gevoelens overgehouden. Het beeld van het kaartenhuis was confronterend. Aan de ene kant ben ik blij en dankbaar dat er geen ernstige dingen gevonden zijn, maar aan de andere kant vind ik het een angstig idee dat ik mezelf in een paar dagen zó uit kan putten. Ja, ik was moe, maar ik ben zo váák moe. Waarom liep het dan nu zo uit de hand? Waarom heb ik dit niet tijdig gemerkt? Hoe kan ik dit in de toekomst voorkomen?

Antwoorden op al deze vragen heb ik nog niet. De vermoeidheid neemt helaas nog nauwelijks af en ik ben meer ín bed dan eruit. Zelfs al krabbel ik de komende maanden weer wat op, dan kan ik in de toekomst vermoedelijk niet meer alles doen wat ik deed. Dat voelt als een stukje 'verlies' en ik moet dat een plaatsje geven.
Dat zal me overigens wel gaan lukken. Nu ben ik soms een beetje verdrietig, maar ik vind de vrolijke, gezellige Martine ongetwijfeld op korte termijn weer terug. Al met al blijft het namelijk een enorm wonder dat ik er nog bén en dat ik nog steeds heel veel wél kan. Ik realiseer me dat heel goed en vind dat reden genoeg om weer te gaan knokken om mijn conditie op te bouwen.
Ik ga binnenkort maar eens een lijstje maken van leuke dingen die wél lukken en die ik deze winter wil gaan doen...